Blog nr 3

Meneer/mevrouw de recensent.

Mag ik een momentje van uw tijd?

 Uw kostbare tijd die u veelal gebruikt om aan de stoelpoten van letterkunstenaars te zagen. Dat kunstenaarschap wordt door u in veel gevallen nogal in twijfel getrokken, maar het woordenboek is er duidelijk over: Literatuur is letterkunde. In welke volgorde die 26 letters dan moeten staan, daarover wordt niet gerept. Dat is derhalve het grote grijze (leuke kleur tegenwoordigJ) schemergebied waarin u zich begeeft.

Het is van smaak, leeftijd, afkomst, opleiding en omstandigheid afhankelijk of je een boek wel of niet goed vindt. Als je veel lezers hebt als auteur, snoer je de critici de mond, zoals u weet. U zult om het hardst roepen dat het pulp is, wat de meesten graag lezen, maar de auteur zal zich er niet meer druk om maken. De kunstenaar bestaat immers bij de gratie van zijn publiek, hoe meer fans, hoe groter het bestaansrecht in de vorm van erkenning. Dat eea ook financiële gevolgen heeft zal daar zeker toe bijdragen.

Volgens uitgevers heeft een recensie, of ie nu goed of slecht is, niet meer de impact van vroeger. Men bepaalt tegenwoordig zelf wel wat men leest. En wat men ervan vindt wordt ongevraagd via allerlei media de wereld in geslingerd. In die zin zijn wij auteurs toch al vogelvrijer dan ooit.

Waarom maak ik mij dan zo druk? Omdat ik me gewoonweg niet voor kan stellen dat u werkelijk genoegen beleeft aan het zuur zijn. Ik zal het platte woord dat naar de smaak van uw afvalstoffen verwijst niet gebruiken, al is het verleidelijk. Ronduit negatief over een boek zijn is in de meeste gevallen onmogelijk en onnodig. Er is altijd wel iets goeds over te vinden en te noemen, dat zou de boel al meer in balans brengen. Een zo miserabel werk hoeft helemaal niet gerecenseerd te worden, daar wilt u toch zeker geen aandacht op vestigen? U wilt toch ook als recensent mensen wijzen op werken die ze wel zouden moeten lezen?

In reactie op uw negativisme durven sommigen geen kritiek meer te geven en komen ze niet verder dan een soort veredelde samenvatting. Da’s ook jammer, want er mag best gediscussieerd worden over binnen- en buitenkanten van boeken. Maar met open vizier alle aspecten belichtend, ook die van uzelf. U brengt nl. uzelf altijd mee in wat u schrijft, meneer/mevrouw de recensent. U zult mij niet horen zeggen, dat uw grimmigheid voortkomt uit een onvervuld verlangen zelf auteur te zijn. Ik kan dat niet weten, want ik ken u niet. Maar u kent uzelf hopelijk heel aardig en u kunt vast veel aardiger zijn.

Zou het niet mooi zijn als we samen proberen in deze tijd van massacommunicatie, de mensen weer aan het lezen te krijgen? Wegduiken in een boek, desnoods E, verdwijnen in een andere wereld, dat is heerlijk.

 Kunt u begrijpen dat er zoveel smaken zijn als mensen? Jawel toch? De X factor van een boek heeft zelden te maken met techniek en stijl. Wilt u proberen opbouwend te zijn in plaats van afbrekend? Spreuken 12:18 zegt het zo mooi: De woorden van een dwaas zijn dolkstoten, wat een wijze zegt, brengt genezing.

Voor iedere negatieve kritiek hebben wij tien keer zoveel complimenten nodig om het uit ons systeem te krijgen, daar is onderzoek naar gedaan. Het effect van wat u doet is derhalve groot, dat dan weer wel. Maar wilt u zo herinnerd worden?